Sexpert-onderzoek weerlegt 13 seksmythes

seksOnlangs werd er voor het eerst in Vlaanderen op wetenschappelijke wijze onderzoek gedaan naar de seksuele gezondheid. Het Sexpert-onderzoek is gebaseerd op een representatieve steekproef van 1.852 Vlamingen tussen 14 en 80 jaar oud, met evenveel jongeren (14-25 jaar), volwassenen (26-49 jaar) als 50-plussers. De gegevens nuanceren het bestaande beeld op zeer uiteenlopende terreinen en weerleggen 13 mythes rond seks.

Mythe 1: Jongeren starten steeds vroeger met seks.
SEXPERT-feit: Jongeren starten iets vroeger maar zijn er daarom niet minder klaar voor.
De gemiddelde leeftijd waarop Vlamingen starten met geslachtsgemeenschap is inderdaad wat afgenomen onder de jongere generaties (rond 17 jaar) in vergelijking met de oudere generaties (rond 20 jaar bij 65-plussers). Maar de tijd die men erover doet om het seksuele traject van tongzoen tot geslachtsgemeenschap af te leggen, bedraagt 2,7 jaar en is even lang als bij de oudere leeftijdsgroepen. Jongeren vandaag zijn dus niet minder klaar voor hun eerste keer.

Mythe 2: We hebben 2 tot 3 keer seks per week.
SEXPERT-feit: We hebben gemiddeld 1 keer seks per week.
We hebben gemiddeld 1.2 keer seks per week; dat is 5 keer per maand. De seksfrequentie is lager bij tieners, hoger bij twintigers, dertigers en veertigers en opnieuw lager (gemiddeld minder dan 1 keer per week) bij 50-plussers.

Mythe 3: Seks = geslachtsgemeenschap.
SEXPERT-feit: We hebben een ruime variatie in seksueel gedrag.
We hebben in de afgelopen 6 maand vaginale seks gehad (82%), gestreeld (84%), geslachtsdelen aangeraakt of gestimuleerd (83%), naakt bij elkaar gelegen (79%), elkaars naakte lichaam gestreeld (77%) en orale seks gegeven (55%) en gekregen (51%).

Mythe 4: Aan het bloedverlies bij de eerste keer kan je nagaan of iemand maagd is.
SEXPERT-feit: Bloedverlies bij de eerste keer is geen goede maagdelijkheidstest.
Tweedegeneratievrouwen van Turkse origine rapporteren vaker bloedverlies bij de 1e keer (83%) dan autochtone vrouwen (59%). Wellicht speelt sociale wenselijkheid hierin een rol. Veel vrouwen ervaren dus geen bloedverlies bij de 1e keer zodat het bezwaarlijk als maagdelijkheidstest kan gezien worden. Vrouwen die bloedverlies rapporteren, beleven hun eerste keer trouwens vaker als pijnlijk én als minder positief. Voor vrouwen van Turkse origine kan een korter seksueel traject (kortere tijd tussen eerste tongzoen en eerste geslachtsgemeenschap) een verklaring bieden omdat het leidt tot zich minder klaar voelen voor en een meer negatieve beleving van de 1e keer.

Mythe 5: Iemand met holebiseksueel verlangen vrijt met iemand van hetzelfde geslacht.
SEXPERT-feit: Er is meer holebiseksueel verlangen dan er holebiseksueel gedrag is.
Seksuele oriëntatie omvat zowel gedrag, verlangen, fantasie als zelfbenoeming. Drie kwart van de vrouwen met een holebiseksueel verlangen vrijen niet met iemand van hetzelfde geslacht en/of noemen zichzelf geen holebi (72%); bij de mannen is dit bijna de helft (46%). Er is dus meer holebiseksueel verlangen dan holebiseksueel gedrag.

Mythe 6: Tegenwoordig zijn alle zwangerschappen gepland.
SEXPERT-feit: 1 op 4 zwangerschappen is ongepland.
De anticonceptierevolutie heeft ons idee omtrent zwangerschap sterk veranderd. Het aandeel ongeplande zwangerschappen is inderdaad verminderd over de tijd, maar bedraagt momenteel toch 1 zwangerschap op 4. En het aandeel ongewenste zwangerschappen binnen de ongeplande zwangerschappen is gelijk gebleven doorheen de verschillende leeftijdsgroepen: 2 op 3 ongeplande zwangerschappen zijn aanvankelijk ongewenst; 1 op 3 blijft ongewenst.

Mythe 7: De legalisering van abortus heeft geleid tot meer abortussen.
SEXPERT-feit: De abortuswet geeft geen stijging in het aantal uitgevoerde abortussen.
Ongewenste zwangerschappen uit de jaren 1970-’90 werden vaker geaborteerd dan in de twintig jaar daarvoor (’50-’69). Er zijn nu niet meer zwangerschappen die eindigen in een abortus dan in de jaren ’70-’90. De abortuswet biedt wel de professionele context voor meer veilige abortus.

Mythe 8: Een abortus is nefast voor het latere mentale welzijn van vrouwen.
SEXPERT-feit: Vrouwen met abortuservaring rapporteren niet minder mentaal welzijn.
Er is geen verschil in mentaal welzijn tussen vrouwen die wel of geen abortus lieten uitvoeren. Een abortus gaat dus niet per definitie samen met een verminderd mentaal welzijn. Vrouwen die een ongewenste zwangerschap hebben uitgedragen, rapporteren wél minder mentaal welzijn. Zij hebben het mentaal wel moeilijker later in het leven.

Mythe 9: Mannen zijn geen slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
SEXPERT-feit: Meer vrouwen, maar niet enkel vrouwen zijn slachtoffer.
Vrouwen worden vaker het slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag dan mannen, en dit zowel in de kindertijd (10,6% van de vrouwen) als in de volwassenheid (6% van de vrouwen). Maar ook 6,3% van de mannen maakt minstens één vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag mee vóór de leeftijd van 18 jaar, en 1,7% van de mannen na de leeftijd van 18 jaar.

Mythe 10: Seksueel grensoverschrijdend gedrag bepaalt het later seksuele functioneren.
SEXPERT-feit: Seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kindertijd is een risico voor minder goed mentaal en fysiek functioneren in het verdere leven.
Slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn even tevreden met hun huidig seksleven en hechten er even veel belang aan dan niet-slachtoffers. Ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kindertijd houdt echter wél verband met verminderd mentaal en fysiek welbevinden later in het leven.

Mythe 11: Seks is natuurlijk en spontaan en gaat altijd vanzelf.
SEXPERT-feit: 1 vrouw op 5 en 1 man op 8 heeft een seksuele disfunctie.
Van alle seksueel actieve mensen heeft 22% van de vrouwen en 12% van de mannen een seksuele disfunctie: een seksueel functieprobleem waarvan ze tevens last ondervinden. Hoewel er hinder wordt ondervonden in de relatie, door de partner of door de persoon zelf, is het hulpzoekend gedrag eerder beperkt. 4 op 5 vrouwen en 1 op 8 mannen met een seksuele disfunctie hebben daarover nog nooit een hulpverlener gecontacteerd.

Mythe 12: Elke vrouw voelt zich vrouw; elke man voelt zich man.
SEXPERT-feit: Gendernonconformiteit komt voor.
Genderincongruentie komt voor: 0,6% van de mannen voelt zich vrouw en 0,3% van de vrouwen voelt zich man. Ook genderambivalentie komt voor: 0,9% van de mannen en 1,3% van de vrouwen voelt zich evenveel man als vrouw.

Geef een reactie

Door op de site te blijven gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies ". Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren", dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten